
Rosé wijn is het gehele jaar door in trek, maar smaakt voor velen toch nét even lekkerder tijdens de zomer. Het is een wijn die frisheid en fruitigheid doorgaans smaakvol combineert met een goede mate van toegankelijkheid. Juist dit zorgt er voor dat het een favoriet van velen is en dat ‘ie éxtra lekker in de zomer smaakt.
Rosé wijnen zijn unieke wijnen waarbij elke fles het verhaal vertelt van de wijnmaker. De wijnen zijn opzichzelfstaand onderscheidend, maar slaan tegelijkertijd ook een brug tussen witte en rode wijnen. Van lichtroze rosé uit Provence tot de donkere rosé wijnen uit Spanje, de kleur van de wijnen is vaak zo divers als waar de wijnen gemaakt worden.
Vandaag de dag worden rosé wijnen gemaakt van verschillende druivenrassen en gebruiken producenten verschillende vinificatiemethoden, wat tot een breed en divers aanbod leidt. Rosé wijn uit het hedendaagse wijnlandschap is een ontdekking waard voor de liefhebber. Naast het fruitige en vaak frisse karakter van de wijn, kan je de moderne rosé wijnen goed combineren met gerechten doordat er verschillende rosé soorten en smaken te ontdekken zijn. Hierdoor kun je zowel combineren met bijvoorbeeld hartige als zoete gerechten naar gelang je voorkeur.

Rosé wijn kent een lange geschiedenis die teruggaat tot het oude Griekenland, waar het gebruikelijk was om wijn te verdunnen met water. De wijn die men toen dronk leek qua kleur vaak meer op wat wij nu als rosé kennen — lichtroze en helder. Deze lichte kleur was deels te danken aan de productietechnieken van die tijd, waarbij druivenschillen slechts kort met het sap in contact kwamen. En juist dat contactmoment tussen de schillen en het sap bepaalt de intensiteit van de kleur: hoe langer het contact, hoe donkerder de wijn.
Rond de zesde eeuw voor Christus brachten de Phocaeërs (Griekse kolonisten) wijnstokken mee naar Massalia, het huidige Marseille. Daar begonnen ze met de productie van lichte, roze wijnen. Deze wijnen vonden al snel hun weg rond de Middellandse Zee en werden later via de Romeinse handelsroutes verder verspreid. In de loop der tijd groeide Provence, in Zuid-Frankrijk, uit tot een belangrijke regio voor wijnbouw. Vooral in de Middeleeuwen bloeide de wijnproductie hier op, mede dankzij de inzet van kloosters die hun kennis van druiventeelt en vinificatie verfijnden. Hoewel rosé toen nog geen aparte wijncategorie was, ontstond hier langzaam de traditie van lichtere wijnen. Die traditie zou in de moderne tijd uitgroeien tot de roséstijl die we nu kennen.
In de 19e eeuw kreeg de wijnbouw een zware klap toen de phylloxera-plaag vrijwel alle wijngaarden in Frankrijk vernietigde. Ook de Provence werd getroffen. Toch wist men de wijngaarden opnieuw aan te planten, vaak met Amerikaanse wijnstokken die resistent waren tegen de luis. Vanaf dat moment werd ook de export van lichtere wijnen, waaronder rosé, richting andere landen zoals de Verenigde Staten op gang gebracht.
De associatie van rosé met zomer, ontspanning en elegantie, ontstond vooral in de 20e eeuw, toen Zuid-Frankrijk uitgroeide tot een populaire vakantiebestemming. Rosé wijnen uit de Provence – droog, fris en licht van kleur – sloten perfect aan bij het mediterrane klimaat en het ontspannen levensgevoel.
Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan vond in de jaren ’70 een bijzondere ontwikkeling plaats. In Californië ontstond bij toeval een nieuwe stijl: de zogenaamde ‘blush wine’ – vaak zoete wijnen zoals White Zinfandel, ontstaan als bijproduct van rode wijnproductie. Hoewel deze stijl afweek van de droge rosétraditie uit Europa, kreeg rosé hierdoor internationaal opnieuw veel aandacht.
Vandaag de dag is rosé niet meer weg te denken uit het moderne wijnlandschap. Van klassieke Provençaalse rosés tot experimentele rosé wijnen uit Australië of Zuid-Afrika – de stijl blijft geliefd, veelzijdig en tijdloos.

Rosé wijn wordt gemaakt van blauwe druiven. De druivenschillen bevatten geur-, kleur- en smaakstoffen en vormen de basis van het uiteindelijke karakter van de wijn en zorgen ook voor de kleur. Er zijn drie klassieke manieren om rosé te maken die we hieronder verder uitlichten
De bekendste manier om rosé te maken is door druivenschillen te weken in het druivensap. De duur van dit proces is hierbij doorslaggevend voor de kleur van de uiteindelijke wijn; des te langer het schilcontact duurt, des te donkerder wordt de kleur. Provence rosé, wat voor velen als de heilige graal op gebied van deze wijnsoort wordt gezien, verkrijgt z’n lichte kleur vaak al met ongeveer een half uur weken. Spaanse rosé is vaak donkerder van kleur en hierbij duurt het weekproces doorgaans meerdere uren.
Saignée rosé kun je zien als een ‘bijproduct’ van de rode wijnproductie en deze variant komt dan ook vaak voor in wijnstreken waar de voornaamste focus ligt op het maken van rode wijn. Blauwe druiven worden kort geweekt om kleur te onttrekken, waarna een deel van dit sap afgetapt wordt om rosé van te maken, terwijl het restant van het sap behouden blijft om uiteindelijk rode wijn van te maken. Rosé die via deze methode wordt gemaakt staat vaak bekend als ‘vin de saignee’ en is doorgaans zowel toegankelijk als fruitig van smaak.
Soms wordt gedacht dat witte en rode wijn gemengd wordt om rosé wijn te maken, maar dat is vaak niet het geval. Het zijn juist de druiven die met elkaar gemengd worden waarna dit samen vergist wordt om uiteindelijk wijn van te maken. In landen als Duitsland en Oostenrijk, maar ook in de ‘Nieuwe Wereld’ kan je wijn tegenkomen die ontstaat door witte en rode wijn te mengen. Bij klassieke wijnlanden als Frankrijk en Italië zal je dit niet zien en is dit zelfs niet toegestaan. Een kleine sidenote: in de Champagnestreek is het wél toegestaan om witte en rode wijn te mengen voor het maken van rosé champagne, waardoor dit een uitzondering op de regel is.
Je weet nu dat er verschillende manieren zijn om rosé te maken, maar ook op gebied van druivenrassen zijn er verschillende mogelijkheden. Daarnaast kiezen producenten er ook veelvuldig voor om combinaties te maken tussen de druivenrassen, wat voor nog meer smaakmogelijkheden zorgt.

Als we een laag dieper kijken op gebied van rosé dan zien we dat er veel rosé soorten zijn met elk eigen, unieke smaken. Om je een beter beeld van de verschillende rosé soorten te geven, kun je hieronder de meest bekende gelijk met elkaar vergelijken.
Toelichting
Rosé is een wijnsoort die je het gehele jaar door kan drinken, maar met name in de zomer verschijnt ‘ie extra vaak op tafel. Voor velen is dit dan ook de ideale zomerwijn. Kenmerkend voor deze wijn is het doorgaans frisse en fruitige smaakprofiel waarvan de smaak gekoeld het best tot z’n recht komt. Verder heeft de wijn een laag tanninegehalte, wat ervoor zorgt dat je geen wrang gevoel in je mondhoeken krijgt.
Ook kun je heel breeduit combineren met gerechten en snacks, variërend van lichte salades tot borrelhapjes en meer. Dit zijn stuk voor stuk ideale kenmerken die goed aansluiten op waar men in – vooral in de zomer – naar op zoek is als het op wijn aankomt.

Op zoek naar de beste rosé voor de zomer? Hieronder lichten we verschillende goede en populaire rosé wijnen uit, waardoor de kans groot is dat er ook voor jou een ideale zomerwijn tussen zit. Wil je direct shoppen? Klik op de link om rosé te kopen via onze webshop.
