Je schenkt een mooie single malt in en vraagt je misschien af: kan hier eigenlijk een drupje water bij? Je hoort soms dat je een goede whisky alleen puur mag drinken, maar in de praktijk ligt dat echt anders. De professionals in Schotland (de master blenders) hebben tijdens het proeven altijd een kannetje water bij de hand. Voor hen is het namelijk 'gereedschap' om de geuren en smaken van een whisky veel beter te kunnen beoordelen.
In het kort: mag je water aan je whisky toevoegen?
Absoluut! Een paar druppels water doorbreken de oppervlaktespanning van de alcohol. Hierdoor verdwijnt de scherpe alcohollucht naar de achtergrond en komen de verborgen smaken en aroma's veel beter vrij. Zeker bij krachtige 'cask strength' whisky's is dit dé manier om de dram helemaal naar jouw eigen hand te zetten.
Om dat te snappen, moeten we even terug naar de basis. Tijdens het maken van de whisky komt de drank vaak met een alcoholpercentage van rond de 70% uit de ketel. Voordat de standaardflessen de markt op gaan, verdunnen de makers dit bijna altijd met water tot de vertrouwde 40% of 46%. Je drinkt dus ongemerkt sowieso al whisky waaraan water is toegevoegd.
Wanneer je thuis zelf nog een extra druppel toevoegt, gebeurt er iets bijzonders op scheikundig niveau. Het water breekt de strakke oppervlaktespanning van de alcohol. Hierdoor kunnen de opgesloten geur- en smaakmoleculen letterlijk ontsnappen en direct naar de oppervlakte stijgen.

Door dat kleine beetje water 'opent' de whisky zich. Een scherpe, overheersende alcoholgeur verdwijnt naar de achtergrond. Hierdoor zijn subtiele tonen van bijvoorbeeld vanille, karamel of kruidig eikenhout – die langzaam zijn ontstaan tijdens de houtrijping – ineens veel beter te proeven. De alcohol verdooft je tong niet langer, waardoor je meer proeft.
Ook bij rokerige whisky's is dit effect interessant. Met een drupje water komen die zware, maritieme aroma's soms veel breder je neus binnen en ontdek je van alles dat schuilgaat achter de rook. Sidenote: wil je weten waar die specifieke rook vandaan komt? Lees dan alles over geturfde whisky en PPM.
Wil je dit effect écht optimaal ervaren? Dan moet je kijken naar flessen op vatsterkte. Een cask strength whisky wordt direct vanuit het vat gebotteld, zonder dat de distilleerderij er ook maar één druppel water aan toe heeft gevoegd. Je koopt de whisky dus op de volle, onverdunde sterkte die relatief hoog kan uitvallen. De meeste cask strength whisky's hebben een alcoholpercentage van +50%, maar er kunnen ook whisky's met een lager alcoholpercentage zijn die alsnog op vatsterkte zijn gebotteld.
Dit klinkt voor een beginner misschien intimiderend, maar voor de liefhebber is het dit niet. Het geeft jou namelijk de ultieme controle. Je kunt een intense en krachtige whisky zoals de beroemde Glenfarclas 105 of Arran Sherry Cask Strength inschenken en zelf druppel voor druppel water toevoegen zonder dat deze keuze vooral al voor je gemaakt is. Want als je een whisky met bijvoorbeeld 40% of 46% drinkt, dan is hier dus al water aan toegevoegd of je dit nu wil of niet.

Laat je dus niets wijsmaken: een drupje water in je whisky mag absoluut. Het is de perfecte manier om een krachtige dram helemaal naar je eigen hand te zetten en de aroma's open te breken. Speel zelf met de verhoudingen in je glas en ervaar direct wat een klein beetje water voor jouw favoriete whisky kan doen.